10 Gouden regels van opvoeden

Een hond opvoeden is makkelijker gezegd dan gedaan. Wat het allerbelangrijkste is in de opvoeding, is de rangorde binnen jullie gezin, de roedel van de hond. De hond moet onderaan de rangorde staan om hem de baas te blijven. Om dit voor elkaar te krijgen moeten wij mensen denken en handelen op een hondenmanier. Als gezin moet je daarom consequent zijn in de regels. Iedereen moet dezelfde regels hanteren. Dit mag wel, dat mag niet. Maar ook in de uitvoering van de regels is consequentie belangrijk. Zitten bij de stoeprand is zitten bij de stoeprand, ook wanneer u haast heeft omdat u naar een afspraak moet. Om u te helpen zijn hier de 10 gouden regels voor een extra steuntje in de rug.

1. Niet op de bank of het bed
2. Niet bedelen
3. Niet trekken aan de lijn
4. Een sjorspelletje mag de hond niet winnen
5. Het commando moet in 1 keer opgevolgd worden
6. Nooit kleine kinderen zonder toezicht bij de hond
7. Niet tegen mensen opspringen
8. Niet achter fietsers aanrennen
9. De behoefte alleen op de vastgestelde plaats
10. Geniet van uw hond
Extra informatie

1. Niet op de bank of het bed
Onderaan de rangorde geldt niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk. Wanneer de hond op schoot zit, heeft deze een hogere positie. Geef uw hond daarom een eigen plekje op de grond met een dekentje, kussen of een mand. Dit is voor de hond voldoende.
Als u ervoor kiest dat de hond wel op bed of de bank mag liggen, dan mag hij dit ook na een lekker modderbad. Met een commando kunt u de hond eraf sturen, maar ervoor straffen mag absoluut niet.

2. Niet bedelen
Met bedelen vraagt uw hond om een stuk van dat lekkere gebakje of koekje. Ook al krijgt hij dan maar een klein stukje, zijn eigen commando heeft gewerkt. U hoort te bepalen of de hond iets eet en niet de hond zelf. Mag hij toch wel bedelen van u, dan mag hij dit ook bij uw bezoek met hun mooie nette kleding.

3. Niet trekken aan de lijn
Wanneer u de hond gaat uitlaten is het de bedoeling dat u de hond uitlaat en niet de hond u.
Een hond met de juiste positie binnen uw roedel hoort de baas te volgen in plaats van zelf de route te bepalen. Ook al kent de hond de route, dan hoort hij niet te trekken, want de snelheid van wandelen wordt door de baas bepaald. Wanneer de hond trekt, keer dan om en loop een stukje terug. Als de hond merkt dat het trekken geen zin heeft, zal hij dit snel vergeten. Mocht dit niet helpen dan hebben wij een paar handige hulpmiddelen in ons assortiment, bijvoorbeeld Mazter anti-trek tuigen of de corrigerende tuigen van Tre-Ponti. Vraag hiervoor aan één van onze medewerkers wat de beste oplossing is voor uw hond.

4. Een sjorspelletje mag de hond niet winnen
Spelen met de baas vinden veel honden leuk en natuurlijk de baas zelf ook. Wanneer we gaan kijken naar de bijbehorende hondengedachte komen we op het volgende: de hond test zijn kracht ten opzichte van zijn baas en probeert hiermee hoger in rang te komen. Dit mag niet gebeuren. Dat is de reden dat de baas het spel moet beginnen en winnen.

5. Het commando moet in 1 keer opgevolgd worden
Een commando geeft u niet voor niets, daarom is het ook fijn als het commando gelijk wordt opgevolgd. Dit is een belangrijk punt voor bij de opvoeding. Wees consequent in de commando’s. Zitten is gelijk zitten, hier komen is gelijk hier komen. Doet u dit niet dan weet de hond dat hij bij het eerste commando niet meteen hoeft te luisteren, want er komen er nog 10 dezelfde achteraan. Gaat de hond niet bij het commando zitten, help hem dan een handje, maar herhaal het commando niet.

6. Nooit kleine kinderen zonder toezicht bij de hond
Kleine kinderen communiceren anders dan honden. De kinderen zijn aan het ontdekken en proberen bijvoorbeeld of de oren van de hond wel goed vastzitten, of hun vingers in de hondenneus kunnen en misschien zelfs of de nietjes ook in het hondenoor passen. Het ene hondenras kan meer hebben dan de andere, maar elke hond heeft zijn grenzen. Eerst zal de hond het kind waarschuwen, maar dit snapt een kind niet. Zodra de waarschuwing niet werkt is er nog maar één oplossing voor de hond: bijten. Wanneer dit is gebeurd kunt u het alleen uzelf kwalijk nemen en niet de hond.

7. Niet tegen mensen opspringen
Honden horen de laagste positie in te nemen binnen de roedel van uw gezin. Letterlijk betekent dit dus met 4 poten op de grond. Dat geldt voor alle rassen. Wanneer een pup tegen u opspringt, is dat heel aandoenlijk. Een jaar later is deze hond misschien 40 kg of zelf 60 kg. Dan is het ineens een onopgevoede hond. Alleen snapt de hond hier niets van, want “ik mocht dit eerst toch ook”. Leer de hond daarom vanaf het begin, klein of groot ras, met 4 poten op de grond te blijven. Wilt u de hond knuffelen, ga dan zelf door de knieën en verlaag u tot zijn positie.

8. Niet achter fietsers aanrennen
Een jachtinstinct heeft elke hond, het ene ras iets meer dan het andere. Dat betekent dat ze vanuit hun natuurlijk gedrag graag achter snelle voorwerpen of zelfs mensen aanrennen. Door middel van apporteren leert u uw hond zijn ‘prooi’ te vangen. Als deze ‘prooi’ terug gebracht wordt ruilt u het voor een snoepje. Vanuit de natuur heeft de hond zijn buit gedeeld met u en hierdoor ontwikkeld de hond geen interesse in fietsers of hardlopers. Apporteren kan bijvoorbeeld met een dummy, aporteerblok of werpstok

9. De behoefte alleen op de vastgestelde plaats.
Deze regel heeft te maken met de zindelijkheid van de hond. Wanneer het u is gelukt om de hond binnenshuis zindelijk te hebben lukt u het buiten ook. U houdt er ook niet van als er een lekker vers gedraaid drollen onder uw schoen zit. Leer de hond dat hij zijn behoefte maar op een paar plekken mag doen. Zodra hij wat heeft gedaan gaat u naar het speelveld, als u er natuurlijk zeker van bent dat het drolletje geen overlast veroorzaakt.

10. Geniet van uw hond!
Onderneem van alles met uw hond. Ga naar het strand, het park of het bos. Dat het een keer regent maakt toch niet uit, u heeft handdoeken. Neem een kijkje bij de hondensportvereniging wat u allemaal met uw hond kunt doen.
Ga met uw hond op cursus en haal eruit wat erin zit!

Extra informatie
Denk goed na wanneer u de hond voor iets wilt straffen. Honden kunnen niet lang hun handelingen onthouden. Komt de hond bijvoorbeeld na het roepen niet snel genoeg bij u en u gaat hem straffen wanneer hij eindelijk bij u is gekomen, dan straft u de hond voor het feit dat hij nu voor u staat. Dus eigenlijk moet u hem dan uitgebreid belonen, ondanks dat u eigenlijk boos op hem bent. Dit geldt voor al zijn gedrag. Straffen kan alleen voor de dingen die op dat moment gebeuren en niet één of meer handelingen daarvoor.

Verwante producten (23)

Openingstijden

Ma t/m Do
09:00 - 18:00 uur
Vrijdag
09:00 - 21:00 uur
Zaterdag
09:00 - 17:00 uur

Adres